Ons ontwerpbureau heeft de volgende lijst samengesteld:
Het ontwerp houdt rekening met:
1. De verschillende onderwijsbehoeften van de leerlingen. In mijn herontwerp gebruik ik bij docentgedrag een trap voor scaffolding. Hiermee richt de docent zich op de onderwijsbehoeften van de leerling.
2. De verschillende niveaus van leerlingen. In mijn herontwerp ga ik uit van drie instructiegroepen daarmee doe ik recht aan de niveauverschillen.
3. De verschillende manieren van leren (meervoudige intelligentie) In mijn doelbepaling breng ik mijn leerlingen in kaart en ik ga daarna uit van de taxonomie van Bloom. Dit laat ik terugkomen in mijn rekenmodel.
4. De mogelijkheid om verschillende instructievormen toe te passen. Doordat in het docentgedrag wordt uitgegaan van de stappen binnen scaffolding zal de docent de instructiestrategie kiezen die bij de niveaugroep past.
5. De mogelijkheid om verschillende werkvormen in te zetten. In mijn herontwerp wordt het pakket lesstof onderverdeeld binnen drie vakken ( Rekenen, wiskunde en Nederlands), wordt er gebruik gemaakt van een digitaal ondersteuningsprogramma waarbij de leerlingen directe feedback krijgen en kan er gedifferentieerd worden in de mate van ondersteuning door de docent. Ook in het tijdstip van aanbieden kan er worden gedifferentieerd door onderdelen in de weektaak aan te bieden.
6. De diversiteit in het onderwijsaanbod. Zie 5.
7. De mogelijkheid om verschillende leermiddelen in te zetten om differentiatie mogelijk te maken/ondersteunen. Zie 5

Geen opmerkingen:
Een reactie posten